Water

Vanaf 2026 verandert het belastingstelsel voor afvalwater. Bedrijven krijgen te maken met nieuwe analysemethoden. Een afwijkprotocol voorkomt dat de belasting veel hoger of lager wordt. Daarnaast kunnen waterschappen straks privaatrechtelijke afspraken maken over separate afvalwaterstromen. Dit geeft bedrijven meer flexibiliteit bij de keuze voor zuivering.met partners. Initiatieven variëren van regenwateropvang en data-analyse tot aanpassingen in het productieproces en regionale samenwerking voor circulair watergebruik.

 Waterschapsbelasting op de schop: dit verandert er voor bedrijven

Het huidige belastingstelsel van de waterschappen stamt uit 2009 en er is al jaren onvrede over de manier waarop de kosten worden verdeeld. Bovendien is de wereld inmiddels flink veranderd en daarom was een herziening van het stelsel noodzakelijk. Op 1 januari 2026 gaat het vernieuwde stelsel in, met belangrijke aanpassingen in de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing. Fabian Polak, beleidsadviseur Fiscale Zaken bij de Unie van Waterschappen, licht toe wat deze wijzigingen voor bedrijven betekenen.

Bedrijven betalen zuiveringsheffing of verontreinigingsheffing, afhankelijk van hoe zij hun afvalwater lozen. Zuiveringsheffing geldt voor afvalwater dat via het riool naar een zuiveringsinstallatie van het waterschap gaat. Bedrijven die direct lozen in oppervlaktewater, zoals rivieren of sloten, betalen verontreinigingsheffing. De hoogte van deze twee belastingen wordt gebaseerd op de mate van vervuiling van het afvalwater.

Minder milieubelasting

In Nederland zijn ongeveer 1.400 zogenaamde ‘meetbedrijven’: deze bedrijven zijn verplicht hun afvalwater periodiek te meten, monsters te nemen en te onderzoeken. Polak vertelt dat deze groep het meest gaat merken van de wijzigingen in het belastingstelsel. “De analysemethode die de bedrijven nu toepassen, gaat namelijk veranderen. De laboratoria die deze analyses doen, mogen straks andere stoffen gebruiken voor hun analyse en dat zijn stoffen die minder belastend voor mens en milieu zijn.”

Afwijkprotocol

De nieuwe analysemethode kan vanaf volgend jaar leiden tot een hogere of lagere belasting. Om te voorkomen dat bedrijven heel veel meer of minder gaan betalen, is er een afwijkprotocol opgesteld. Bedrijven die vermoeden dat zij veel meer zouden moeten betalen dan voorheen, krijgen de mogelijkheid om in 2026 de oude en de nieuwe analysemethode naast elkaar toe te passen. Op basis van de uitkomsten van deze twee methodes wordt de nieuwe heffing bepaald, gebaseerd op de laagste kosten. Polak: “Bedrijven moeten zelf de afweging maken of het rendabel is om dubbel onderzoek te doen. Die kosten betaal je als ondernemer namelijk zelf. Wegen de baten niet op tegen de kosten, dan kun je ervoor kiezen om geen gebruik te maken van het afwijkprotocol.”

Impact beperkt

Waterschappen hebben ook de mogelijkheid om het afwijkprotocol in te zetten. Vermoeden zij dat een bedrijf veel minder belasting gaat betalen, dan kunnen zij het initiatief nemen om in 2026 dubbel onderzoek te doen. “Uiteindelijk komt het er dus op neer dat bedrijven er met de nieuwe regels financieel niet veel op voor- of achteruit gaan”, verduidelijkt Polak. Hij laat weten dat de waterschappen de bedrijven in hun regio inmiddels hebben geïnformeerd over de op handen zijnde wijzigingen. “Ook de komende maanden zullen zij daar zeker nog aandacht aan besteden.”

Separate afvalwaterstromen

Met de aanpassing van het belastingstelsel hebben waterschappen straks ook de mogelijkheid om privaatrechtelijke afspraken te maken over de zuivering van zogenoemde separate afvalwaterstromen. Dit betreft afvalwater dat niet via het gemeentelijk riool, maar bijvoorbeeld per tankwagen, via particuliere leidingen of direct op een zuiveringsinstallatie wordt aangeleverd. De zuivering van deze stromen behoort niet tot de wettelijke taak van de waterschappen en dus kunnen zij geen zuiveringsheffing opleggen. “In plaats daarvan kan het waterschap met de aanbieder een contract sluiten en prijsafspraken en voorwaarden vastleggen”, legt Polak uit. “Het afvalwater kan soms heel waardevol zijn, bijvoorbeeld omdat het een bepaalde temperatuur heeft of omdat er waardevolle stoffen in zitten. In de nieuwe situatie kunnen waterschappen en bedrijven maatwerkafspraken maken. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moet de prijs wel minimaal de integrale kostprijs zijn. En als bedrijf beslis je zelf of je kiest voor zuivering door het waterschap of door een commerciële partij.”

Fabian Polak, beleidsadviseur Fiscale Zaken bij de Unie van Waterschappen