Aviko onderzoekt in Steenderen hoe proceswater kan worden gezuiverd en opnieuw ingezet in de aardappelverwerking. De pilot levert waardevolle technische inzichten op, maar laat ook zien dat duidelijke nationale kaders voor waterhergebruik nodig zijn om verdere opschaling mogelijk te maken.

 Aviko zet stappen in waterhergebruik: pilot in Steenderen

Bij aardappelproductenfabrikant Aviko is er veel aandacht voor hergebruik van proceswater. Op de locatie in Steenderen, waar verse frites, diepvriesfrites en specialiteiten worden gemaakt, test het bedrijf hoe proceswater zo kan worden behandeld dat ze het opnieuw kunnen inzetten in de productie. De ambitie: in 2030 het totale watergebruik per ton product met minstens 30% reduceren ten opzichte van 2018.

“In ons productieproces speelt water een belangrijke rol,” vertelt Hanneke Spijkerboer, corporate sustainability water specialist bij Aviko. Ze legt uit dat de fabriek water gebruikt voor het wassen, schillen en blancheren van de aardappels, maar ook voor verwarmen, koelen en schoonmaken van productielijnen. “Wij zagen al jaren terug, met name op onze locatie in België, dat water op termijn een uitdaging gaat worden. Daarom zijn wij al vroeg gestart met waterefficiëntieprogramma’s.”

Eigen waterbel

Aviko heeft een eigen waterbel, waaruit zij zelf proceswater produceren. Het bedrijf is zich echter zeer bewust van de droogteproblematiek in de Achterhoek en onderzoekt daarom hoe ze toekomstbestendig kan worden. Tegelijk speelt het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing op de achtergrond. “Onze drinkwaterleverancier Vitens stelt een besparingsnorm van 20% in 2035 vergeleken met 2016–2019,” merkt Spijkerboer op. “Ons eigen doel ligt daar nog boven.”

Reststroom benutten

Traditioneel kent de aardappelverwerkende industrie een lineaire waterstroom: water wordt gebruikt in het productieproces en het vervuilde water gaat vervolgens naar de waterzuivering en daarna gezuiverd het oppervlaktewater in. Bas Bremer, procestechnoloog bij Aviko, beschrijft hoe dat verandert: “We kijken nu hoe we het water na het proces schoon kunnen krijgen en opnieuw kunnen inzetten in het proces. Dit vraagt om technologieën die verder gaan dan conventionele zuivering.” De pilot in Steenderen maakt gebruik van membranen en scheidingstechnieken om restwater opnieuw bruikbaar te maken voor procesdoeleinden. “In de waterzuivering gaan organische stoffen verloren,” stelt Bremer. “Wij proberen die voedingswaarde te behouden en te benutten. De pilot draaide dus niet alleen om waterbesparing, maar ook om reststroomverwaarding.”

Duidelijke kaders nodig

De technische uitdagingen voor Aviko worden overschaduwd door een beleidsmatige: waar andere landen, waaronder België, al duidelijke kaders hebben voor waterhergebruik in de voedingsmiddelenindustrie, ontbreekt die helderheid in Nederland nog grotendeels. “Er zijn Europese eisen, maar elk land stelt aanvullende regels,” zegt Spijkerboer. “In Nederland is het bevoegd gezag nog zoekende welke eisen ze willen stellen. De interpretatie van de eisen wordt ingevuld door bedrijven zelf en moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag.” Die discussie speelt al langer en volgens Spijkerboer is het hard nodig dat er duidelijke kaders komen. “Enerzijds hebben we het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, anderzijds zien we nog terughoudendheid in het accepteren van waterhergebruik als onderdeel van de oplossing voor het watervraagstuk. Dat schuurt.”

Pilot geeft veel inzicht

De pilot in Steenderen leverde waardevolle inzichten op over de technische haalbaarheid van waterhergebruik. Inmiddels richt Aviko zich op de volgende fase: voorbereiding op waterhergebruik op andere productielocaties. Volgens Bremer ligt de nadruk nu op het vertalen van de lessen uit de pilot naar een aanpak die breed toepasbaar is binnen de organisatie. “Zo willen we een structurele bijdrage leveren aan het verlagen van het waterverbruik, geheel in lijn met onze duurzaamheidsdoelstellingen.”

Water