De Industrial Accelerator Act moet de Europese industrie ondersteunen met meer vraag naar koolstofarme producten, snellere vergunningverlening en betere randvoorwaarden. Voor de Nederlandse industrie is dit een stap vooruit, al is nog onzeker hoeveel effect de plannen in de praktijk zullen hebben.
Stap vooruit voor industrie, maar effect IAA nog onzeker
Met de Industrial Accelerator Act zet de Europese Commissie een volgende stap in het versterken van de Europese industrie. Het voorstel moet investeringen in koolstofarme productie aanjagen en de randvoorwaarden verbeteren voor sectoren die onder druk staan door hoge kosten, internationale concurrentie en complexe regelgeving. In gesprek met Hans Grünfeld, directeur van VEMW, verkennen we wat dit in de praktijk betekent voor de Nederlandse industrie.
De Industrial Accelerator Act (IAA) is op 4 maart gepubliceerd en heeft als doel de industrietransitie te ondersteunen. Grünfeld: “Europa wil vooroplopen in het verduurzamen van zijn industrie, maar de vrees is dat die transitie stokt als de industrie haar concurrentiekracht verliest. We zijn nu eenmaal geen eiland en importeren veel industriële producten.”

Nadruk op vraagkant
Om de concurrentiepositie te beschermen, is onder meer de Europese CO₂-grensheffing (CBAM) ingevoerd. (Zie het artikel VEMW in Europa: een gelijk speelveld voor de industrie, elders in deze editie.) De CBAM richt zich vooral op de productiekant. De IAA legt juist de nadruk op de vraag naar duurzame industriële producten. “Dat helpt om de productie van koolstofarme producten, zoals staal, aluminium en cement, te versnellen. Daarmee is de IAA dus echt een andere bouwsteen in het Europese pakket om de industrie te ondersteunen.”
Inkoop overheden
Een belangrijk onderdeel van de IAA is het inkoopbeleid van overheden. Vanaf 2029 gelden bij publieke aanbestedingen de volgende eisen: voor staal minimaal 25% koolstofarm, voor cement minimaal 5% koolstofarm en van Europese oorsprong, en voor aluminium minimaal 25% koolstofarm en afkomstig uit de EU. Daarmee ontstaat een duidelijke voorkeur voor ‘Made in Europe’. Grünfeld plaatst daar een kanttekening bij: “De gedachte is goed, maar voor sommige sectoren ook ingewikkeld. Neem de auto-industrie: onderdelen komen van over de hele wereld en dat verander je niet zomaar. Bovendien wil je deze bedrijven niet beperken in het optimaliseren van de productieketen.”
Industriële versnellingsgebieden
Een andere afspraak die is gemaakt, is dat lidstaten industriële versnellingsgebieden moeten aanwijzen. In deze regio’s gelden gunstige voorwaarden, zoals beschikbare infrastructuur, toegang tot koolstofarme energie en snellere vergunningverlening. Grünfeld over dat laatste aspect: “Waar bedrijven nu nog langs allerlei verschillende loketten moeten voor hun vergunningen, wil de IAA naar één overheidsloket waar je alles kunt regelen.”
Stap voor stap
De IAA lost de problemen van de Europese industrie niet in één keer op, maar VEMW ziet het voorstel wel als een stap vooruit. Grünfeld: “Wij hebben nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de vraagkant: hoe stimuleer je overheden en consumenten om voor duurzame, Europese producten te kiezen? Het is goed dat daar nu een begin mee is gemaakt. De focus ligt nog vooral op overheden. We hopen dat er op termijn ook meer richting consumenten gebeurt, maar zover zijn we nog niet. Stap voor stap, zo gaat dat binnen Europa.”
Klimaat