Elektriciteit & Gas

Het onderzoeksprogramma MODES onderzoekt hoe de marktordening van het Nederlandse energiesysteem moet veranderen om de energietransitie mogelijk te maken. TU Delft-hoogleraar Laurens de Vries licht toe hoe nieuwe spelregels flexibiliteit, betrouwbaarheid en betaalbaarheid in een CO₂-neutraal energiesysteem moeten waarborgen.

MODES onderzoekt de marktordening van het energiesysteem van morgen

De energietransitie vraagt niet alleen om nieuwe bronnen en infrastructuur, maar ook om een herziening van de spelregels waarop het energiesysteem draait. Met het onderzoeksprogramma Market Organisation of the Dutch Energy System (MODES) wordt onderzocht hoe de marktordening van het Nederlandse energiesysteem toekomstbestendig kan worden ingericht. Professor Laurens de Vries, hoogleraar Complex Energy Transitions aan de TU Delft, is projectleider van MODES. Hij licht het belang van dit onderzoek toe.

Om ervoor te zorgen dat de energiemarkten blijven functioneren tijdens en na de transitie naar een CO2-neutraal systeem, moet de organisatie van de energiesector veranderen. De sector moet beter kunnen inspelen op het wisselende aanbod van zonne- en windenergie, de toenemende behoefte aan flexibiliteit én maatschappelijke doelen rond duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. De Vries: “Het project MODES moet antwoorden vinden op twee fundamentele vragen: hoe ziet de energiemarkt van de toekomst eruit en hoe komen we daar?”

Vaart maken

MODES wordt gefinancierd binnen de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) en brengt een breed consortium van kennisinstellingen, publieke organisaties en marktpartijen bij elkaar. De Vries benadrukt hoe belangrijk het is dat die verschillende stakeholders al vanaf het begin bij het project betrokken worden. “Wij willen niet vanuit een ivoren toren een oplossing presenteren. Het is juist belangrijk om te weten welke problemen bedrijven, consumenten, gemeenten en provincies ervaren. Doordat zij met ons meedenken, krijgen ze direct toegang tot de inzichten die er zijn en zijn ze eerder geneigd om inzichten toe te passen. We vinden het ook belangrijk om vaart te maken. Daarom hebben we met de stakeholders kleine subprojecten opgezet, waarmee we snel concrete resultaten kunnen boeken.”

Niet focussen op technologie

Het MODES-project richt zich nadrukkelijk op de organisatie van de toekomstige energiemarkt en dus niet op vragen als wel of geen kernenergie of de keuze voor een specifieke waterstofbron. “Wij streven er juist naar dat de marktordening niet afhangt van de technologie achter de energie. Daarbij willen we het bestaande systeem niet helemaal overhoop gooien. We kijken welke aanpassingen nodig zijn om de marktordening duurzamer en efficiënter te kunnen maken.”

Warmtebuffers stimuleren

De projectleider geeft een voorbeeld van een ontwikkeling die om aanpassing van het systeem vraagt. “Door toenemende elektrificatie krijgen we meer vraagelasticiteit. Meer dan de helft van het industriële energieverbruik betreft warmte. En warmte kun je goedkoper opslaan dan elektriciteit. Dus op het moment dat je gaat elektrificeren, heeft het ook zin om veel warmtebuffers te maken. Die warmtebuffers kunnen we gebruiken om het net te ontlasten. Dan is de vraag hoe je de juiste prikkels creëert. Met andere woorden: welke aanpassing van het energiesysteem is daarvoor nodig?”

Gezamenlijke opdracht

De Vries is blij met de betrokkenheid van VEMW bij het MODES-project. “Enerzijds om draagvlak te creëren, maar vooral ook om input op te halen. Zoals gezegd, willen we echt samen met gebruikers – en dus ook met zakelijke energiegebruikers – aan een oplossing werken. Het is een gezamenlijke opdracht. Natuurlijk kunnen we niet met elke industrie afzonderlijk in gesprek en daarom is het fijn om met VEMW een professionele partner aan tafel te hebben die weet wat er in het bedrijfsleven leeft en speelt.”

Laurens de Vries

Hoogleraar Complex Energy Transitions aan de TU Delft­­