Via IFIEC behartigt VEMW in Brussel de belangen van Nederlandse industriële energiegebruikers. In discussies over het EU ETS, gratis emissierechten en het CO₂-grensmechanisme CBAM pleit de organisatie voor klimaatbeleid dat ambitieus is, maar ook uitvoerbaar en concurrerend blijft voor de industrie.
VEMW in Europa: een gelijk speelveld voor de industrie
Via IFIEC, de Europese koepelorganisatie voor industriële energiegebruikers, vertegenwoordigt VEMW de Nederlandse grootverbruikers in Brussel. De inzet is helder: de continuïteit van de industrie, met aandacht voor zowel de concurrentiepositie als de randvoorwaarden voor de industrietransitie binnen het klimaatbeleid.
De Europese Unie heeft zich vastgelegd op klimaatneutraliteit in 2050. Als tussenstappen geldt een emissiereductie van 55% in 2030 en 90% in 2040 ten opzichte van 1990. Het belangrijkste instrument om deze doelen te realiseren, is het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Binnen dit systeem moeten bedrijven emissierechten overleggen voor hun CO₂-uitstoot. Het aantal beschikbare rechten wordt jaarlijks verlaagd, waardoor een financiële prikkel ontstaat om te verduurzamen.
Gratis emissierechten
Om te voorkomen dat productie verschuift naar landen met minder streng klimaatbeleid -zogeheten koolstoflekkage - ontvangen internationaal concurrerende sectoren momenteel nog gratis emissierechten. Volgens de huidige wetgeving komt daaraan in 2034 een einde en zijn er vanaf 2039 helemaal geen emissierechten meer beschikbaar. VEMW vindt dat deze afbouw te snel gaat en pleit ervoor om tot en ook na 2040 voldoende gratis emissierechten beschikbaar te houden voor de industrie.
Benchmark
Hoeveel gratis rechten een bedrijf ontvangt, wordt bepaald aan de hand van een zogeheten benchmark. Deze is gebaseerd op de prestaties van de 10% meest efficiënte bedrijven in Europa. Wij zetten vraagtekens bij de huidige methodiek en pleiten voor een kritische herziening, zodat de berekeningswijze beter aansluit bij de praktijk van de industrietransitie.
Vernietiging van rechten
Ook de totale hoeveelheid emissierechten in omloop verdient aandacht. De Market Stability Reserve (MSR) is bedoeld om een overschot aan rechten te beperken. Niet-geveilde rechten worden in deze reserve geplaatst en kunnen, wanneer een bepaald plafond wordt overschreden, definitief worden geannuleerd. VEMW is kritisch op deze vernietiging van rechten en pleit ervoor om deze rechten juist in te zetten voor innovatie en bescherming van internationaal concurrerende sectoren.
CBAM
Naast het EU ETS speelt ook het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) een belangrijke rol bij het voorkomen van koolstoflekkage. Dit mechanisme introduceert een CO₂-grensheffing op de invoer van specifieke koolstofintensieve producten, zoals staal, cement, meststoffen, aluminium, elektriciteit en waterstof. Importeurs moeten CBAM-certificaten aanschaffen die overeenkomen met de CO₂-prijs die verschuldigd zou zijn als de producten binnen de EU waren geproduceerd. Na een overgangsfase is CBAM vanaf 2026 volledig van kracht. Mede onder druk van boeren die hogere prijzen voor kunstmest vrezen heeft de Europese Commissie voorgesteld om een vrijstellingsclausule voor de heffing in te stellen. Het toepassen ervan ondermijnt de businesscase van bedrijven die al in verduurzaming hebben geïnvesteerd en zorgt daardoor voor grote onzekerheid. VEMW dringt daarom aan op snelle duidelijkheid over de verdere uitwerking en benadrukt het belang van consistent en voorspelbaar beleid.
Zo blijft VEMW zich inzetten voor een Europees klimaatbeleid dat zowel effectief als economisch houdbaar is voor de Nederlandse industrie.

Klimaat