Gas

Nedmag onderzoekt waterstof als toekomstig alternatief voor aardgas in processen die niet te elektrificeren zijn. Het bedrijf test op kleine schaal een brander die op waterstof kan draaien en werkt aan een eigen elektrolyser. Techniek blijkt haalbaar, maar de hoge kostprijs en ontbrekende markt vragen om subsidies, partners en duidelijke overheidssturing.

 Waterstof bij Nedmag: pionieren in een markt die nog moet ontstaan

“Een groot deel van ons gasverbruik is niet te elektrificeren. Wij geloven dat waterstof op termijn de vervanger van aardgas zal zijn en daarom doen we daar nu al ervaring mee op. Maar omdat er nog veel onduidelijk is, experimenteren we voorlopig alleen op kleine schaal.” At Plasman, directeur operations bij zoutwinbedrijf Nedmag, ziet een technologische én economische waterstofpuzzel die nog lang niet is gelegd.

Nedmag in Veendam wint op twee locaties magnesiumchloride (magnesiumzout) uit een unieke zoutlaag op ongeveer 2.000 meter diepte. Daarnaast heeft het bedrijf een productielocatie waar hoogwaardige DBM (Dead Burned Magnesium), magnesiumhydroxide en calciumchloride worden geproduceerd. Plasman: “De ovens die we gebruiken voor deze productieprocessen moeten extreem hoge temperaturen bereiken en dat kun je niet elektrificeren. Het enige alternatief is waterstof.”

At Plasman, directeur operations van Nedmag

Eerste fysieke test

Al in 2017 deden studenten van de TU Delft onderzoek bij Nedmag naar de mogelijkheden van waterstof. Daarna volgden meerdere studies en samenwerkingen. Dat resulteerde uiteindelijk in de ombouw van een van de branders. Deze is nu geschikt om volledig op waterstof te draaien, volledig op aardgas én op alle mengvormen daartussen. “We verwachten namelijk niet dat we van de ene op de andere dag overschakelen, maar dat er een aanloopcurve zal zijn waarin we deels aardgas en deels waterstof gebruiken. In mei hebben we de eerste fysieke test met deze brander gedaan.”

Kostprijs te hoog

Naast aandacht voor de techniek is er bij Nedmag ook aandacht voor de randvoorwaarden van waterstof. Het Groningse bedrijf onderzoekt met andere partijen wanneer en hoe ze waterstof op een economische manier op hun locatie kunnen krijgen. “Technisch zitten er natuurlijk ook nog de nodige uitdagingen aan, maar die zijn mijns inziens overzichtelijk en haalbaar. Maar de kostprijs om waterstof hier aan de poort te krijgen, ligt nu nog veel en veel te hoog. Zonder subsidies is dat geen optie.”

Waardevolle tussenstap

Waterstof is volgens Plasman een typisch voorbeeld van een kip-eiprobleem: zonder productie geen afname en zonder afname geen productie. “Om het proces echt op gang te brengen, hebben we grote partijen nodig. Partijen die veel waterstof kunnen afnemen en bereid zijn om daar een goede prijs voor te betalen.” Voordat het zover is, zijn kleinschalige projecten zoals bij Nedmag een waardevolle tussenstap, onderstreept Plasman. “Wij kunnen gemakkelijker inspelen op een wisselend aanbod, doordat we mengen met aardgas. De financiële risico’s en consequenties zijn dan ook kleiner. En daar komt bij dat de kleinschalige infrastructuur eenvoudiger, compacter en sneller te regelen is.”

Middel, geen doel

Eind 2026 verwacht Nedmag op eigen terrein een elektrolyser met een vermogen van 0,5 megawatt te installeren. In samenwerking met VDL, dat praktijkervaring wil opdoen met het bouwen van elektrolysers, en met steun van de RVO wordt daar dan een beperkte hoeveelheid waterstof geproduceerd, die wordt bijgemengd in het aardgas. Ook dit project zal weer op veel belangstelling van de waterstofwereld kunnen rekenen. Plasman: “Wij stoppen graag tijd en energie in de toekomst van waterstof, omdat wij echt geen ander alternatief zien. Maar het is natuurlijk niet onze core business: het is een middel, geen doel. Het is niet onze verantwoordelijkheid om een gezonde waterstofmarkt te ontwikkelen. Daar ligt vooral een taak voor de overheid. En ja, dat is nu eenmaal een behoorlijk complex dossier, dus de weg ernaartoe is nog lang.”