Elektriciteit

Een nieuw akkoord moet netcongestie in het openbaar vervoer verminderen en de elektrificatie versnellen. Overheden, vervoerders en netbeheerders werken voortaan samen aan (lokale) oplossingen. VEMW leverde via het Gebruikersplatform Elektriciteits- en Gasnetten belangrijke input, zodat vervoersbedrijven nu sectorspecifieke afspraken kunnen maken met netbeheerders.

Akkoord moet netcongestie in het OV verminderen en verduurzaming versnellen

Na maanden van overleg is in het voorjaar het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & OV gesloten om netcongestie in het openbaar vervoer gezamenlijk aan te pakken. Het akkoord heeft als doel de groei van duurzaam bus- en treinvervoer veilig te stellen én de energietransitie te ondersteunen. De betrokken partijen willen dit bereiken door sneller slimme en innovatieve oplossingen toe te passen.

De elektrificatie van het openbaar vervoer en de uitbreiding van laadvoorzieningen zorgen voor een steeds grotere druk op het elektriciteitsnet. Vervoer over het spoor is in Nederland weliswaar al grotendeels elektrisch, maar nog niet volledig. Op sommige regionale trajecten rijden nog altijd dieseltreinen en is de beperkte netcapaciteit een extra uitdaging bij de elektrificatie. Bij busvervoer is de situatie nog complexer. Het grootste deel van de bussen rijdt nog op fossiele brandstoffen. De overstap naar elektrisch busvervoer vraagt om forse investeringen in laadinfrastructuur. Netcongestie maakt vooral de uitrol van nieuwe laadpunten in stadscentra extra lastig, terwijl dat juist de plek is waar vervoerders hun bussen willen opladen.

Meer samenhang

Tot voor kort pakten overheden, vervoerders en netbeheerders knelpunten vaak vanuit hun eigen invalshoek aan. Het Bestuurlijk Akkoord brengt die partijen nu bij elkaar. In regioteams en werkgroepen gaan zij kennis en data delen, zodat duidelijk wordt waar de grootste knelpunten zitten en welke oplossingen lokaal toepasbaar zijn. Het gezamenlijk optrekken moet voorkomen dat iedereen langs elkaar heen werkt en zorgt voor meer samenhang in de besluitvorming. Belangrijk is ook dat de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat en Klimaat & Groene Groei het akkoord actief ondersteunen. Daarmee krijgt het onderwerp meer gewicht op landelijk niveau.

Belangrijke rol VEMW

Hoewel VEMW formeel geen ondertekenaar is van het akkoord, hebben wij wel een stevige bijdrage geleverd in de aanloop. Via het formele en informele Gebruikersplatform Elektriciteits- en Gasnetten (GEN) voerden we talloze gesprekken over onder meer gecontracteerd transportvermogen, alternatieve transportrechten en groepscontracten. Op basis van deze en andere initiatieven werden voorstellen ingediend bij de ACM en kwamen codewijzigingen tot stand. Daarmee ontstond een raamwerk waarop de vervoersbedrijven nu voortbouwen met sectorspecifieke afspraken. Het is een mooi voorbeeld van de rol die VEMW wil spelen: wij zorgen graag voor het instrumentarium waarmee individuele bedrijven of sectoren zelf goede afspraken kunnen maken met netbeheerders. We effenen het pad, maar gaan niet op de stoel van de sector of het bedrijf zitten.

Brede ondertekening

Het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & OV is op 31 maart 2025 ondertekend door een brede coalitie van partijen: de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat en Klimaat & Groene Groei, DOVA, EBS, de gemeenten Arnhem en Utrecht, GVB, HTM, Keolis, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Netbeheer Nederland, NS, ProRail, de provincie Utrecht, Qbuzz, RET en de Vervoerregio Amsterdam.

''HTM en de andere stadsvervoerders zijn grote elektriciteitsverbruikers met een bijzondere asset: een zware en vermaasde bovenleidinginstallatie in stedelijk gebied. Netcongestie is een zware uitdaging voor de groei van meer OV de komende jaren. Tegelijkertijd kunnen we met onze bestaande assets ook een mooie bijdrage leveren aan het verminderen van netcongestie, en de aantrekkelijkheid van het OV verder vergroten. Het Bestuurlijk Akkoord Netcongestie & OV ondersteunt het OV zowel in de uitdagingen als kansen.''

“Door het bestuurlijk akkoord komt er nu ruimte in de dialoog om met alle partners op zoek te gaan naar ruimte in het net.”